Uithuisplaatsing

← Familie- en jeugdrecht

Een uithuisplaatsing wordt opgelegd door de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling, de Raad voor de Kinderbescherming of het OM (art. 1:265b BW). Onze advocaten toetsen of de maatregel terecht is, voeren verweer en zoeken naar het minst ingrijpende alternatief, zoals plaatsing binnen uw eigen netwerk.

Wat is een uithuisplaatsing en wie beslist erover?

Een uithuisplaatsing betekent dat een kind tijdelijk niet meer thuis woont en wordt ondergebracht in een pleeggezin, gezinshuis of instelling. Bij een gedwongen uithuisplaatsing beslist de kinderrechter, op verzoek van de gecertificeerde instelling (GI), de Raad voor de Kinderbescherming of het openbaar ministerie (art. 1:265b lid 1 en 2 BW). De rechter kan de GI machtigen het kind uit huis te plaatsen als dat noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, of voor onderzoek naar de geestelijke of lichamelijke gesteldheid van het kind.

Er bestaan twee vormen. Bij een vrijwillige uithuisplaatsing stemmen ouders zelf in dat hun kind tijdelijk elders woont; er is dan geen machtiging van de kinderrechter nodig. Bij een gedwongen uithuisplaatsing legt de kinderrechter de maatregel op, ook tegen de wil van de ouders in. Wij beoordelen in beide situaties of de stap echt nodig is en of er een minder ingrijpend alternatief bestaat.

Wat is het verschil tussen ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing?

Een uithuisplaatsing is de zwaardere stap; een ondertoezichtstelling is de lichtere maatregel waarbij het kind thuis blijft. Bij een ondertoezichtstelling (art. 1:255 BW) krijgt het gezin een gezinsvoogd die meebeslist over de opvoeding, terwijl het kind in het eigen gezin blijft wonen. Een uithuisplaatsing (art. 1:265b BW) gaat verder: het kind wordt feitelijk uit het ouderlijk huis gehaald.

Een uithuisplaatsing kan alleen worden ingezet als een ondertoezichtstelling met (thuis)hulp onvoldoende is om de ernstige ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. De machtiging is gekoppeld aan de GI die de ondertoezichtstelling uitvoert, dus een uithuisplaatsing veronderstelt een lopende of gelijktijdige ondertoezichtstelling. De grondslag voor die ondertoezichtstelling is dat een kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, de noodzakelijke zorg niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en de verwachting bestaat dat de ouders binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid weer kunnen dragen (art. 1:255 lid 1 BW).

Hoe lang mag een uithuisplaatsing duren en hoe werkt verlenging?

Een machtiging uithuisplaatsing geldt voor ten hoogste een jaar en kan telkens met ten hoogste een jaar worden verlengd door de kinderrechter (art. 1:265c BW). De maatregel is dus altijd tijdelijk en wordt periodiek opnieuw getoetst. Bij elke verlenging moet de gecertificeerde instelling opnieuw onderbouwen waarom voortzetting nodig is; wij kunnen daar verweer tegen voeren. Een machtiging die drie maanden niet ten uitvoer is gelegd, vervalt van rechtswege.

De duur van een ondertoezichtstelling is eveneens ten hoogste een jaar, telkens met een jaar verlengbaar (art. 1:258 BW). De belangrijkste termijnen op een rij:

Verlengingsverzoeken worden gewoonlijk ingediend voor het aflopen van de lopende maatregel, zodat de kinderrechter tijdig kan beslissen. Wij bewaken die termijnen en kunnen om intrekking of bekorting vragen zodra de thuissituatie dat toelaat.

Wat is een spoeduithuisplaatsing en wat zijn mijn rechten daarbij?

Een spoeduithuisplaatsing kan zonder voorafgaand verhoor van de ouders worden verleend, maar uw recht om gehoord te worden blijft gewaarborgd. De kinderrechter kan de maatregel terstond geven als de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor het kind (art. 800 lid 3 Rv). De beschikking verliest echter haar kracht na twee weken, tenzij de belanghebbenden binnen die termijn in de gelegenheid zijn gesteld hun mening kenbaar te maken.

Dat betekent dat er na een spoedmaatregel binnen twee weken alsnog een zitting volgt waarop wordt getoetst of de uithuisplaatsing terecht was. Bij een spoeduithuisplaatsing geldt bovendien kosteloze rechtsbijstand voor de procedure in eerste aanleg. Wij zijn bij spoed 24/7 bereikbaar en zorgen dat uw standpunt zo snel mogelijk en goed onderbouwd op tafel ligt voor die toetsingszitting. De Raad voor de Kinderbescherming bevestigt dat bij een spoeduithuisplaatsing binnen veertien dagen een rechtszaak volgt.

Heb ik een advocaat nodig en is rechtsbijstand kosteloos?

Een advocaat is in jeugdbeschermingszaken niet verplicht, maar u heeft er wel recht op en wij raden het sterk aan. U mag zonder advocaat naar de zitting, maar de procedure is ingrijpend en juridisch-technisch, dus tijdige bijstand versterkt uw positie aanzienlijk. Wij beoordelen of de uithuisplaatsing rechtmatig is, voeren verweer bij de kinderrechter, adviseren over contact en omgang en ondersteunen bij verlengings- of beeindigingsverzoeken.

Voor de kosten is het onderscheid tussen procedures belangrijk:

Bij een eerste (spoed)uithuisplaatsing en bij gezagsbeeindigende maatregelen wijst de rechtbank een gespecialiseerde advocaat toe die kosteloos rechtsbijstand verleent in eerste aanleg; uw financiele draagkracht blijft buiten beschouwing en er wordt geen eigen bijdrage opgelegd. Dit is een pilot van de Raad voor Rechtsbijstand, die per 1 oktober 2023 is uitgebreid naar de eerste (spoed)uithuisplaatsing en is verlengd tot 1 januari 2027. De regeling geldt niet voor verlengingsprocedures en hoger beroep; daar kan wel gesubsidieerde rechtsbijstand met een inkomensafhankelijke eigen bijdrage gelden.

Kan ik vragen om plaatsing van mijn kind in het eigen netwerk?

Ja, bij een uithuisplaatsing geldt een voorkeur voor plaatsing in het eigen netwerk boven een neutraal pleeggezin of een instelling. De wetgever en de Richtlijn Uithuisplaatsing gaan uit van een zo thuis mogelijke plek: bij voorkeur binnen het eigen netwerk, zoals familie of bekenden, daarna een pleeggezin en pas als laatste residentiele opvang. Zo blijft de inbreuk op het gezinsleven zo beperkt mogelijk.

Wij kunnen de kinderrechter verzoeken om een netwerkplaatsing of om een ander, minder ingrijpend alternatief. Ook tegen de gekozen plaatsingsplek kunt u opkomen: op verzoek toetst de kinderrechter de plaatsingsbeslissing, bijvoorbeeld om een overplaatsing van een instelling naar een netwerkpleeggezin te onderbouwen. Het argument is dan dat de gekozen plek niet in het belang van het kind is of dat een minder ingrijpend alternatief beschikbaar is.

Welke rol speelt de Raad voor de Kinderbescherming?

De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt of een kinderbeschermingsmaatregel nodig is en kan zelf een machtiging uithuisplaatsing bij de kinderrechter verzoeken. De Raad start onderzoek op signaal van bijvoorbeeld Veilig Thuis of de gemeente en voert gesprekken met ouders, het kind en derden zoals school en huisarts. Bij de start van een ondertoezichtstelling kan de Raad de machtiging aanvragen; loopt er al een ondertoezichtstelling, dan vraagt de gecertificeerde instelling de machtiging aan.

Het Raadsrapport eindigt met een advies aan de rechter. Dat advies weegt zwaar, maar is niet bindend. Wij vragen het rapport zo vroeg mogelijk op, zodat wij standpunten kunnen bestrijden of aanvullen voordat de rechter beslist. Bij een spoeduithuisplaatsing volgt, zoals hierboven beschreven, binnen veertien dagen een rechtszaak.

Bronnen en bedragen geverifieerd: januari 2026.

Bronnen

  • Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 255 (ondertoezichtstelling), wetten.overheid.nl
  • Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 258 (duur ondertoezichtstelling), wetten.overheid.nl
  • Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 265b (machtiging uithuisplaatsing), wetten.overheid.nl
  • Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 265c (duur uithuisplaatsing), wetten.overheid.nl
  • Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, art. 800 lid 3 (spoedmaatregel), wetten.overheid.nl
  • Raad voor Rechtsbijstand: kosteloze rechtsbijstand bij (spoed)uithuisplaatsing en gezagsbeeindiging
  • Raad voor de Kinderbescherming: Uithuisplaatsing
  • Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming: Uithuisplaatsing en terugplaatsing

Gedreven door rechtvaardigheid, gewapend met scherp juridisch inzicht en geleid door een sterk moreel kompas, ga ik voor het beste resultaat.

Wat u moet weten

Veelgestelde vragen

Bij een ondertoezichtstelling (art. 1:255 BW) blijft het kind thuis en krijgt het gezin een gezinsvoogd die meebeslist over de opvoeding. Bij een uithuisplaatsing (art. 1:265b BW) wordt het kind feitelijk uit het ouderlijk huis gehaald en elders ondergebracht. Een uithuisplaatsing kan alleen als een ondertoezichtstelling met (thuis)hulp onvoldoende is en veronderstelt een lopende of gelijktijdige ondertoezichtstelling.

Een spoeduithuisplaatsing kan zonder voorafgaand verhoor van de ouders worden verleend als de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor het kind (art. 800 lid 3 Rv). De beschikking verliest na twee weken haar kracht, tenzij de belanghebbenden binnen die termijn in de gelegenheid zijn gesteld hun mening kenbaar te maken. Er volgt dus binnen veertien dagen alsnog een zitting waarin wordt getoetst of de maatregel terecht was.

Een advocaat is in jeugdbeschermingszaken niet verplicht, maar u heeft er wel recht op en wij raden het sterk aan. Bij een eerste (spoed)uithuisplaatsing en bij gezagsbeeindigende maatregelen wijst de rechtbank een gespecialiseerde advocaat toe die kosteloos rechtsbijstand verleent in eerste aanleg; uw inkomen blijft buiten beschouwing en er is geen eigen bijdrage. Dit is een pilot van de Raad voor Rechtsbijstand (per 1 oktober 2023 uitgebreid naar de eerste (spoed)uithuisplaatsing, verlengd tot 1 januari 2027) en geldt niet voor verlengingsprocedures of hoger beroep.

De Raad onderzoekt op signaal van bijvoorbeeld Veilig Thuis of de gemeente of een kinderbeschermingsmaatregel nodig is, met gesprekken met ouders, het kind en derden zoals school en huisarts. De Raad kan zelf een machtiging uithuisplaatsing bij de kinderrechter verzoeken; loopt er al een ondertoezichtstelling, dan doet de gecertificeerde instelling dat verzoek. Het rapport eindigt met een advies aan de rechter dat zwaar weegt maar niet bindend is.

Een machtiging uithuisplaatsing geldt voor ten hoogste een jaar en kan telkens met ten hoogste een jaar worden verlengd door de kinderrechter (art. 1:265c BW). Bij elke verlenging moet de gecertificeerde instelling onderbouwen waarom voortzetting nodig is. Een machtiging die drie maanden niet ten uitvoer is gelegd, vervalt van rechtswege. De maatregel wordt ingetrokken zodra de thuissituatie dat toelaat.

Ja, op verzoek toetst de kinderrechter de plaatsingsbeslissing. U kunt om wijziging vragen, bijvoorbeeld van residentiele opvang naar een netwerkpleeggezin (oma, oom, bekende), of andersom. Er geldt een voorkeur voor plaatsing in het eigen netwerk boven een neutraal pleeggezin of instelling. Het argument is dat de gekozen plek niet in het belang van het kind is of dat een minder ingrijpend alternatief beschikbaar is.

Vanaf 12 jaar krijgt het kind altijd de gelegenheid om zijn mening kenbaar te maken (hoorrecht, art. 809 Rv). Het kind wordt uitgenodigd voor een kindgesprek, maar is niet verplicht te verschijnen of te praten en mag zijn mening ook schriftelijk geven. De rechter weegt de mening van het kind serieus, vooral bij oudere kinderen. Bij het gerechtshof geldt het hoorrecht sinds 1 januari 2025 al vanaf 8 jaar.

Ja. Bij een uithuisplaatsing geldt een voorkeur voor plaatsing in het eigen netwerk (familie of bekenden) boven een neutraal pleeggezin of een instelling, om de inbreuk op het gezinsleven zo beperkt mogelijk te houden. De Richtlijn Uithuisplaatsing gaat uit van een zo thuis mogelijke plek. Wij kunnen de kinderrechter verzoeken om een netwerkplaatsing of om een ander, minder ingrijpend alternatief.

Staat uw vraag er niet bij?

Justus kijkt kosteloos en vrijblijvend met u mee wat dit in uw situatie betekent.

Zo pakken wij uw familie- of jeugdzaak aan

Vanaf het eerste telefoontje krijgt u dezelfde advocaat. Geen overdracht, geen herhaling van uw verhaal.

  • 1 Bellen of formulier U belt 088 544 4333 of vraagt een terugbel-moment aan. Wij beoordelen uw situatie en plannen zo spoedig mogelijk een gesprek. Gem. < 90 sec

U belt 088 544 4333 of vraagt een terugbel-moment aan. Wij beoordelen uw situatie en plannen zo spoedig mogelijk een gesprek.

  • 2 Kennismaking en strategie Het eerste gesprek, telefonisch of op kantoor, is kosteloos en vrijblijvend. Wij bespreken uw situatie, geven een eerste juridische inschatting en bekijken of pro deo rechtsbijstand of uw rechtsbijstandsverzekering een rol kan spelen. Kosteloos

Het eerste gesprek, telefonisch of op kantoor, is kosteloos en vrijblijvend. Wij bespreken uw situatie, geven een eerste juridische inschatting en bekijken of pro deo rechtsbijstand of uw rechtsbijstandsverzekering een rol kan spelen.

  • 3 Aan de slag U krijgt één vaste advocaat voor uw dossier. Mobiel bereikbaar, aanwezig op zittingen, niet doorgeschoven naar collega's. Per zaak

U krijgt één vaste advocaat voor uw dossier. Mobiel bereikbaar, aanwezig op zittingen, niet doorgeschoven naar collega's.

De waardering van onze cliënten

Verwante onderwerpen

Gezag en omgang

Gezag, hoofdverblijfplaats en omgangsregeling. Mediation-verplichting, Raad voor de Kinderbescherming, vervangende toestemming. Mediation waar mogelijk, procedure waar nodig.

Ondertoezichtstelling (OTS)

OTS: gezinsvoogd beslist mee, kind blijft thuis. Gronden (art. 1:255 BW), duur en verlenging, schriftelijke aanwijzingen, verweer en hoger beroep.

Verwante inzichten

Uithuisplaatsing aanvechten

Een verzoek tot uithuisplaatsing betwisten, ook in spoedprocedures.

Uithuisplaatsing in uw regio

FTW Advocaten staat cliënten in heel Nederland bij. Voor deze plaatsen hebben we een pagina met de lokale situatie, zoals de bevoegde rechtbank.

Leg uw situatie aan ons voor